Hoe proef je wijn

Geschreven door In het glas (www.inhetglas.nl)

Instagram: @inhetglas



Hoe proef je wijn? Soms vind je een wijn lekker en soms ook helemaal niet. Dat is heel persoonlijk en dat maakt wijn proeven dan ook meteen een beetje ingewikkeld. Wijn proeven gaat verder dan wijn drinken. Zo moeilijk hoeft wijn proeven echter niet te zijn, want er zijn een aantal dingen waar je op kunt letten tijdens het proeven. Door het doorlopen van een drietal stappen gaat het objectief beoordelen van wijn jou steeds gemakkelijker af. Stap 1. Kijken Je begint met kijken naar de wijn. Dit kan je al veel vertellen over wat er in je glas zit. Bepalen of je te maken hebt met een witte wijn, rode wijn of rosé is natuurlijk eenvoudig. Als je dat hebt vastgesteld, begint het echte kijken pas. Hierbij let je op drie dingen. Het eerste is de helderheid van de wijn. Dus is je wijn helder als je in het glas kijkt of een beetje troebel? Een troebele wijn waar je niet goed doorheen kunt kijken is overigens niet direct slecht. Bij oude wijnen zie je bijvoorbeeld vaak dat er wat bezinksel in de wijn zit. Dat zijn kleine wijndeeltjes die zijn ontstaan bij de rijping van de wijn. Het tweede waar je op let is de kleur van de wijn. Om de kleur van je wijn goed te kunnen beoordelen, pak je er het beste een velletje wit papier bij en zorg dat je in een goed verlichte ruimte zit. Houd je glas dan een beetje schuin en kijk vooral naar de kleur van de wijn aan de rand van je glas. Als de kleur aan de rand heel licht of zelfs bijna doorzichtig is, dan heb je te maken met een wijn van lage intensiteit. Is de kleur aan de rand nog altijd aanwezig, dan noemen we het een intense kleur. Bij witte wijnen loopt dit uiteen van groen naar geel tot oranje. Hier geldt dat hoe donkerder de witte wijn, des te ouder deze vaak is. Bij rode wijnen lopen de kleuren van paars, via rood en oranje naar bruin. Een wijn met een paarse rand is over het algemeen nog jong, terwijl een wijn met een oranje of bruine rand vaak wat ouder is. Als laatste kijk je naar de viscositeit van de wijn, oftewel de stroperigheid van de wijn. Hiervoor kun je het beste even met je glas walsen. Walsen is het draaien met je wijnglas terwijl je deze aan het steeltje vasthoudt. Als je vervolgens je glas weer stil houdt, zie je dat de wijn langs het glas weer naar beneden glijdt. Hoe dikker deze straaltjes wijn zijn, en hoe langzamer ze naar beneden glijden, des te meer alcohol in de wijn. Stap 2. Ruiken Na kijken volgt ruiken. Je gaat in deze stap de intensiteit van de geur beoordelen en probeert aroma’s te herkennen. Ruik altijd eerst even aan de wijn zonder je glas te bewegen. Ruik je direct al veel verschillende dingen? In dat geval heb je te maken met een intense wijn, bijvoorbeeld een gewürztraminer of een sauvignon blanc uit Nieuw-Zeeland. Na deze eerste keer geroken te hebben, ga je walsen met je glas. Door de beweging komt er zuurstof bij de wijn en komen de aroma’s in de wijn los, waardoor je deze zult gaan ruiken. Ruik na het walsen weer goed in je glas. Sommige wijnen zijn zo licht dat je zelfs na het walsen nog moeite moet doen om geuren te kunnen onderscheiden. Als je in deze stap al verschillende geuren herkent, maakt dat het proeven van smaken in de wijn zometeen gemakkelijker. ​

Bij het ruiken van wijn worden verschillende aroma’s onderscheiden. Onthoud hierbij dat wat je ruikt heel persoonlijk is. Iemand anders kan dan ook andere geuren herkennen in hetzelfde glas wijn. Dit is niet erg. Het is vooral belangrijk dat jij voor jezelf weet wat je ruikt en dat je deze geur op een later moment ook weer op dezelfde manier herkent. Geuren die vaak voorkomen in wijnen zijn:  * Fruitig: aardbeien, bessen, kersen, citrus, perzik  * Bloemig: bloesem, rozen, viooltjes  * Aards: potgrond, mineralen, steen  * Kruidig: peper, tijm, rozemarijn  * Houtrijping: vanille, chocolade, koffie, boterig  * Dierlijk: stallig, gras Stap 3. Proeven Na het ruiken gaan we over naar de laatste en leukste stap, namelijk het proeven van de wijn. Behalve het herkennen van smaken in de wijn, is het hier ook van belang om te letten op de zoetheid en de zuurgraad van de wijn. En hoe zit het met tannines en de afdronk? Om wijn goed te kunnen proeven slurp je een slokje wijn naar binnen. Vervolgens beweeg je de wijn in je mond van de ene naar de andere kant. Hierna is het tijd om de wijn uit te spugen of door te slikken. Wat proef je nu precies? Komen de smaken die je proeft overeen met de geuren die je in de vorige stap hebt geroken? Over het algemeen zou hier niet al te veel verschil tussen moeten zitten. De zoetheid van een wijn is soms lastig te proeven en hangt af van hoeveel restsuiker nog in de wijn aanwezig is. Suiker in druiven wordt omgezet in alcohol. Dus hoe meer suikers zijn omgezet naar alcohol, des te minder restsuiker en des te droger de wijn. De zuren in wijn zorgen voor frisheid. Wijnen uit warmere landen hebben vrijwel altijd minder zuren dan wijnen uit koelere streken. Om die reden heeft een sauvignon blanc over het algemeen ook meer zuren dan een chardonnay. Ook druiven die vroeger in het jaar worden geplukt hebben vaak een hogere zuurgraad dan druiven die later worden geplukt. Geeft de wijn je een samentrekkend gevoel als je een slok neemt? Dan heb je in de meeste gevallen te maken met tannines. Deze geven een bittere smaak aan rode wijn. Je tong voelt dan wat droger aan en je krijgt een stroef gevoel in je mond. Als laatste let je bij het proeven op de afdronk. Hiermee wordt bedoeld hoe lang de smaken van de wijn in je mond blijven hangen. Dit loopt uiteen van kort (de smaken zijn bijna direct weg) tot lang (de smaken blijven een paar minuten hangen). Dus drink jij graag een glas wijn, maar wil je wel eens wat serieuzer proeven? Volg dan bovenstaande stappen en ga vooral veel proeven, want oefening baart kunst!

15 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

© 2020 by Jorick Wimmers /  Cantina Del Vino